Soms lijkt het alsof transgender mensen pas sinds kort zichtbaar zijn. In nieuwsberichten, op sociale media, in series, op school, op werk of in sport. Daardoor ontstaat al snel de vraag: hoeveel mensen zijn transgender eigenlijk?

Het korte antwoord: in Nederland gaat het volgens het CBS om ongeveer 1 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder. Dat zijn naar schatting 151.000 mensen. Maar dat cijfer vertelt niet het hele verhaal. Want hoe je telt, wat je precies vraagt en of mensen zich veilig genoeg voelen om eerlijk te antwoorden, maakt veel uit.

Daarom is dit geen blog met één simpel getal en klaar. We leggen uit wat de cijfers zeggen, waar ze vandaan komen, waarom onderzoeken soms van elkaar verschillen en waarom dat belangrijk is als je zelf trans bent, iemand kent die trans is of gewoon beter wilt begrijpen hoe het zit.

Wat betekent transgender precies?

wat is transgender eigenlijk

Transgender is een brede term voor mensen van wie de genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat bij de geboorte is geregistreerd. Dat kan betekenen dat iemand een trans man is, een trans vrouw, nonbinair, genderqueer of op een andere manier buiten de verwachtingen rond man en vrouw valt.

Niet iedereen gebruikt dezelfde woorden voor zichzelf. De één zegt graag transgender. Een ander zegt trans, nonbinair, genderdivers of gebruikt liever helemaal geen label. Dat maakt cijfers soms ingewikkeld, maar het maakt iemands ervaring niet minder echt.

Het is ook goed om genderidentiteit niet te verwarren met seksuele oriëntatie. Genderidentiteit gaat over wie je bent. Seksuele oriëntatie gaat over tot wie je je aangetrokken voelt. Een trans man kan hetero zijn, gay, bi, queer, aseksueel of iets anders. Net als iedereen.

Hoeveel mensen zijn transgender in Nederland?

Als je zoekt op hoeveel mensen zijn transgender, kom je in Nederland meestal uit bij cijfers van het CBS, Rutgers, SCP of belangenorganisaties zoals Transgender Netwerk. De meest recente CBS schatting uit 2024 zegt dat ongeveer 1 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder transgender is. Dat komt neer op ongeveer 151.000 mensen. Binnen die groep noemt het CBS ook ongeveer 45.000 mensen met een nonbinaire of genderqueer identiteit.

Dat is een belangrijk cijfer, omdat het laat zien dat transgender mensen geen kleine uitzondering zijn die je alleen online tegenkomt. In een middelgrote stad, op een school, in een sportclub of op een werkvloer zijn er waarschijnlijk meer trans en genderdiverse mensen dan je denkt.

Tegelijk is 1 procent geen absoluut eindpunt. Het CBS noemt zelf dat officiële registraties veel lager uitvallen. In 2021 woonden er bijvoorbeeld 5.820 mensen in Nederland die hun geslacht in de Basisregistratie Personen hadden laten wijzigen. Dat verschil is logisch. Niet iedereen wil of kan juridisch iets aanpassen. Voor non-binaire mensen is officiële erkenning met een X op dit moment extra ingewikkeld, omdat dit via de rechter loopt.

Waarom verschillen de cijfers per onderzoek?

Onderzoeken naar transgender mensen geven niet altijd hetzelfde percentage. Dat betekent niet automatisch dat één onderzoek fout is. Het betekent vooral dat de vraagstelling uitmaakt.

Vraag je: “Heb je je geslacht officieel laten wijzigen?” Dan krijg je een veel lager cijfer. Vraag je: “Identificeer je je volledig met het geslacht dat bij je geboorte is geregistreerd?” Dan krijg je vaak een hoger cijfer. Vraag je naar zelfidentificatie als transgender, nonbinair of genderqueer, dan hangt het antwoord ook af van taal, leeftijd, cultuur, veiligheid en herkenning.

Rutgers kwam in 2023 bijvoorbeeld tot een hogere schatting dan het CBS. Volgens de samenvatting van Transgender Netwerk schat Rutgers het aantal transgender personen op 2,2 procent van de bevolking, waarvan een groot deel zich niet uitsluitend als man of vrouw identificeert. Transgender Netwerk noemt daarnaast dat in een factsheet over de Monitor Seksuele Gezondheid 2023 1,4 procent van de deelnemers zich identificeerde als transgender of nonbinair.

Het verschil zit dus vaak in definities. Tel je alleen binaire trans mannen en trans vrouwen? Tel je ook nonbinaire mensen mee? Tel je mensen die twijfelen? Tel je alleen mensen die zichzelf het woord transgender geven, of ook mensen die wel genderincongruentie ervaren maar geen label gebruiken?

Daarom is het eerlijker om te zeggen: betrouwbare Nederlandse onderzoeken plaatsen het aantal transgender en genderdiverse mensen grofweg rond 1 tot ruim 2 procent, afhankelijk van definitie en meetmethode.

En wereldwijd?

Wereldwijd is er geen betrouwbaar totaalgetal. Niet elk land meet genderidentiteit. In sommige landen is het onveilig om open te zijn. In andere landen bestaan de juiste antwoordopties niet in officiële onderzoeken. Daardoor blijven veel mensen onzichtbaar in cijfers.

Wat we wel zien, is dat onderzoeken in landen waar genderidentiteit beter wordt gemeten vaak op vergelijkbare ordegroottes uitkomen. In de Verenigde Staten schatte het Williams Institute in 2025 dat ongeveer 2,8 miljoen mensen van 13 jaar en ouder transgender zijn. Dat is ongeveer 1 procent van die leeftijdsgroep. Onder volwassenen ging het om 0,8 procent en onder jongeren van 13 tot 17 jaar om 3,3 procent.

In Engeland en Wales liet de volkstelling van 2021 zien dat 0,5 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder aangaf dat hun genderidentiteit anders was dan het geslacht dat bij geboorte werd geregistreerd. Ook daar geldt dat de uitkomst sterk samenhangt met hoe de vraag is gesteld en wie zich veilig genoeg voelde om antwoord te geven.

Waarom lijken er nu meer transgender mensen te zijn?

Veel mensen vragen zich af of er nu echt meer transgender mensen zijn dan vroeger. Het meest nuchtere antwoord is: er zijn vooral meer mensen die de woorden, ruimte en veiligheid hebben om zichzelf te herkennen en uit te spreken.

Dat zie je ook bij andere groepen binnen de LHBTQI gemeenschap. Als stigma afneemt, worden mensen zichtbaarder. Dat betekent niet dat ze eerder niet bestonden. Het betekent dat ze eerder minder vaak werden geteld, minder vaak open konden zijn of zichzelf minder snel herkenden in de beschikbare taal.

Voor veel trans mensen voelt dat herkenbaar. Misschien wist je als kind al dat er iets niet klopte, maar had je geen woorden. Misschien dacht je dat iedereen zich ongemakkelijk voelde in bepaalde kleding, bij bepaalde aanspreekvormen of bij het lichaam dat anderen van je verwachtten. Pas later kom je taal tegen die past. Dan lijk je voor de buitenwereld “nieuw”, terwijl het voor jou juist eindelijk duidelijk wordt.

Wie was de eerste transgender?

De zoekvraag wie was de eerste transgender klinkt simpel, maar is historisch lastig. Transgender is een modern woord. Mensen die buiten de verwachte genderrollen leefden, bestaan al veel langer dan dat woord zelf. In allerlei culturen en tijden waren er mensen die leefden als een ander gender dan het geslacht dat hun omgeving aan hen gaf.

Als mensen vragen naar de eerste bekende transgender persoon in moderne medische geschiedenis, worden vaak Dora Richter en Lili Elbe genoemd. Dora Richter was een Duitse trans vrouw die in de jaren twintig en dertig verbonden was aan het Institut für Sexualwissenschaft in Berlijn. Zij wordt vaak genoemd als een van de eerste bekende personen die genderbevestigende operaties onderging, waaronder een vaginoplastiek in 1931.

Lili Elbe is bekender geworden door kunst, literatuur en film. Ook zij onderging begin jaren dertig genderbevestigende operaties en wordt vaak genoemd als een van de eerste bekende trans vrouwen die medische transitie doormaakte.

Maar het is belangrijk om dit voorzichtig te zeggen. Zij waren niet de eerste trans mensen die bestonden. Ze zijn vooral de eerste mensen van wie delen van hun medische en persoonlijke geschiedenis bewaard zijn gebleven in bronnen. Veel trans mensen uit eerdere tijden zijn nooit geregistreerd, verkeerd beschreven of bewust uit de geschiedenis gewist.

Waarom cijfers belangrijk zijn

Cijfers kunnen afstandelijk voelen, zeker als het over jouw leven gaat. Toch zijn ze belangrijk. Ze maken zichtbaar dat transgender mensen bestaan in aantallen waar beleid, zorg, onderwijs en werk rekening mee moeten houden.

Als je niet geteld wordt, word je makkelijker genegeerd. Dan lijkt genderbevestigende zorg een niche. Dan lijkt veilige kleding, zoals binders, tucking ondergoed of packer ondergoed, een uitzondering. Dan lijkt het alsof scholen en werkgevers geen duidelijke afspraken nodig hebben over namen, voornaamwoorden, kleedkamers of formulieren.

Cijfers helpen ook om misverstanden recht te zetten. Trans mensen zijn niet ineens “overal” omdat het een trend is. Ze zijn zichtbaarder omdat er meer taal, meer onderzoek en meer gemeenschap is. Dat verschil is belangrijk.

Hoe ga je veilig om met cijfers over trans mensen?

Cijfers zijn nuttig, maar je moet ze niet gebruiken om iemands identiteit te beoordelen. Niemand hoeft binnen een percentage te passen om serieus genomen te worden. Je hoeft ook niet te bewijzen dat je “trans genoeg” bent omdat een onderzoek een bepaalde definitie gebruikt.

Gebruik cijfers liever als achtergrond. Ze kunnen helpen in een gesprek met ouders, school, werk of zorgverleners. Je kunt bijvoorbeeld uitleggen dat het CBS transgender mensen in Nederland schat op 151.000 mensen en dat Rutgers afhankelijk van definitie hogere aantallen vindt. Daarmee laat je zien dat het niet om een zeldzaam of verzonnen onderwerp gaat.

Tegelijk blijft je eigen veiligheid belangrijk. Je hoeft niet overal cijfers te delen als dat tegen je gebruikt kan worden. Je hoeft niet iedereen op te voeden. Soms is het genoeg om te weten: ik ben niet de enige, en wat ik voel heeft taal, geschiedenis en gemeenschap.

Praktische herkenning in het dagelijks leven

Trans zijn gaat niet alleen over cijfers, medische stappen of grote woorden. Het zit vaak in dagelijkse dingen. De naam die beter voelt. De kleding waarin je rechterop loopt. De manier waarop je lichaam zichtbaar is of juist niet. De rust die je kunt voelen als iets eindelijk klopt.

Voor sommige mensen helpt een binder om minder last te hebben van chest dysforie. Voor anderen helpt tucking ondergoed om zich veiliger te voelen in kleding. Weer anderen gebruiken packer ondergoed omdat een packer dan beter blijft zitten en minder aandacht vraagt gedurende de dag. TransUndeez beschrijft packer ondergoed bijvoorbeeld als ondergoed met een ingebouwde pouch die de packer op zijn plek helpt houden.

Dat soort producten maken iemand niet meer of minder trans. Ze zijn hulpmiddelen. Net zoals een bril helpt om scherper te zien, kan genderbevestigende kleding helpen om de dag iets minder zwaar te maken.

Veiligheid blijft daarbij belangrijk. Bij binders is de juiste maat belangrijk, net als pauzes en luisteren naar pijn of benauwdheid. Community richtlijnen adviseren vaak om niet te lang achter elkaar te binden en geen te kleine binder te dragen. Bij tucking is het verstandig om rustig te werk te gaan, huidirritatie serieus te nemen en te stoppen bij pijn, gevoelloosheid of problemen met plassen.

Dus achter elk cijfer zit een mens

Dus, hoeveel mensen zijn transgender? In Nederland schat het CBS het aantal op ongeveer 151.000 mensen van 15 jaar en ouder. Andere onderzoeken komen, afhankelijk van de definitie, hoger uit. Wereldwijd is er geen hard totaal, maar betrouwbare cijfers uit verschillende landen laten zien dat transgender en genderdiverse mensen een duidelijk aanwezige groep zijn.

Toch is het belangrijkste misschien niet het precieze percentage. Het belangrijkste is dat achter elk cijfer een mens zit. Iemand met een lichaam, een naam, twijfels, keuzes, grenzen, kleding, relaties, ongemak, opluchting en soms eindelijk rust.

Cijfers kunnen helpen om zichtbaar te worden. Ze kunnen gesprekken steviger maken. Ze kunnen beleid en zorg verbeteren. Maar jouw bestaan hangt niet af van een onderzoek. Of je nu precies binnen een definitie valt of niet, je hoeft jezelf niet kleiner te maken om serieus genomen te worden.

Je bent niet nieuw. Je bent niet alleen. En je hoeft niet alles in één keer te weten.